Vasten van God

Vasten in de veertigdagentijd. Toegegeven, dat heb ik nog nooit op een betekenisvolle manier gedaan. Tuurlijk; een sobere maaltijd, minder of geen alcohol, vlees noch vis (at ik toch al niet) of minder tijd online doorbrengen, het zijn geen slechte dingen. Maar op de een of andere manier wil het nog niet zo vlotten tussen mij en de veertigdagentijd.

Al is dat ook niet helemaal waar. De thema’s die in de deze tijd van het jaar aandacht krijgen, spreken me wel degelijk aan; de woestijn, het onderzoeken van innerlijke onderstromen, leven in het besef van de dood, ons ontdoen van wat ons onvrij maakt, beproeving enzovoorts. Voor mensen die wat zwaar op de hand zijn, brengt de vastentijd wat evenwicht aan in de soms ondragelijke lichtheid van het bestaan.

Een van de meest interessante benaderingen van de veertigdagentijd die ik door de jaren tegenkwam, is ‘Atheïsm for Lent’ (Veertig dagen atheïsme), van de Ierse christelijke filosoof Peter Rollins. Het mag met recht een vasten voor gevorderden heten. Het is een radicaal religieuze afslankkuur, waarbij men zich onthoudt van het belangrijkste ingrediënt van het geloof: God. Uitlopend op de dood van God met Goede Vrijdag.

Wat mij erg aanspreekt in dit vasten is het dat het door en door christelijk is. Het maakt ernst van de woorden van de Psalmist en van Jezus: ‘Mijn God, Mijn God, waarom heeft u mij verlaten?’ De dood van God en de godverlatenheid, zijn net als God zelf, basis-ingrediënten van christelijk geloven. Alleen zit het zo door alles heen, dat het soms nauwelijks opvalt. Een beetje zoals gluten en melk in bewerkt voedsel. Pas als je het uit je dieet schrapt, merk je waar het allemaal in zit.

God, de dood van God en de godverlatenheid; vast er een tijd van en je zult zien hoe weinig er van je geloof overblijft. Geen God die ons gewild en geschapen heeft, geen God die kenbaar werd in Christus die ons het leven voorleefde, tot elke prijs. En al helemaal geen God die zijn zoon stuurde om te sterven voor onze zonden. Wanneer dat allemaal wegvalt, doemt de godverlatenheid op. Maar ja, we onthouden ons ook van een God die ons kan verlaten. Dus zelfs dat valt weg.

De realiteit is echter, dat veel mensen helemaal niet actief hoeven te vasten van God. Ze zijn God allang kwijt of hebben op hebben op z’n minst geen houvast meer aan hun oude godsbeeld. Deze godsverduistering heeft echter oude papieren. Wie het meemaakt, of beter gezegd doormaakt, verkeert in goed gezelschap. Als gezegd Jezus zelf. Maar ook zijn volgelingen maakten het mee in het sterven van Jezus. En ook mystici als Meister Eckhart schreven erover.

Deze laatste leerde bidden: ‘God, verlos ons van God.’ Met die woorden gaf hij aan dat we vaak godsbeelden maken, waarin we vast komen te zitten, die ons onvrij maken. Als de veertigdagentijd ons echt kan helpen een dieper godsbesef te ontwikkelen, en als het waar is dat de vastentijd ons door de woestijn naar de vrijheid leidt, misschien mogen we dan inderdaad ook bevrijd worden van God. Of althans het beeld dat wij noodzakelijkerwijs van God maken.

Zo’n godsbeeld in je binnenzak is ook wel een zware last voor wie door de woestijn moet dolen. Beter reis je licht, dat scheelt een hoop energie. Zou het daarom zijn dat juist in de woestijn de Godsnaam, YHWH, ‘geopenbaard’ wordt aan Mozes als alternatief voor een gewichtig godsbeeld? Een God die over zichzelf niet veel meer kwijt wil dan ‘dat hij er zijn zal’, wil ons kennelijk behoeden voor al te massieve godsbeelden. Misschien is het dan inderdaad zo gek nog niet een tijd helemaal van God te vasten, diens dood door te maken, zonder te weten dat het toch wel weer Pasen wordt.

Jan Willem Hengeveld