Hier in het buitengebied staat alles in het groen. De bonenplanten hebben hun kop boven de grond uitgestoken. De pompoenen komen langzaam op, de kruiden zijn al goed herkenbaar, de varkens liggen in de zon, de kippen maken een zandbadje en de ooievaarsjongen klimmen bijna op de rand van het nest. Als je de regenbuiten even negeert, merk je bijna dat het zomer is. 

De zomer heeft iets bijzonders. Alsof de tijd even anders gaat stromen. De dagen zijn langer, de avonden lichter. Kinderen spelen tot laat buiten. Mensen trekken eropuit, gaan op vakantie of zitten gewoon wat vaker in de tuin. Zelfs wie moet werken, merkt dat er iets verandert. Ook voor predikanten is de zomer een welkome afwisseling. Het is een tijd waarin we eindelijk wat gas terug kunnen nemen en wat kunnen overpeinzen en rustig schrijven. Je even terugtrekken. Of wat de beroemde Thomas á Kempis, schrijver van de Navolging van Christus, zou hebben gezegd: ‘’met een boekje in een hoekje’’. De zomer nodigt uit tot iets dat voor veel mensen tegelijk aantrekkelijk én ingewikkeld is: genieten. Want genieten lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het vaak niet.

Veel mensen hebben het druk, vooral met verwachtingen. Zelfs als pensionado kun je de week goed vullen met allerlei vrijwilligerswerk. Vele kerkleden zijn daar een goed voorbeeld van. We moeten gezond leven, goede vrienden zijn, iets betekenen voor anderen, onze talenten ontwikkelen, maatschappelijk betrokken zijn en liefst ook nog gelukkig zijn. Zelfs vrije tijd kan een opdracht worden. Soms lijkt het alsof zelfs genieten iets is geworden waarin we moeten presteren. We zijn voortdurend bezig met het leven, maar vergeten het soms te beleven. Misschien is dat ook wel een van de verborgen vragen van de Bijbel. Niet alleen: hoe leef je goed? Of: wat is de zin van het bestaan? Maar ook: kun je ontvangen wat je gegeven wordt?

We denken (of hopen) vaak dat we het leven zelf volledig in de hand hebben, maar dat kunnen we alleen maar volhouden zolang het niet tegenzit. Wij willen graag zekerheid. Controle. Garanties voor de toekomst. Maar genieten vraagt iets anders. Genieten vraagt vertrouwen. Je kunt alleen werkelijk genieten van een zomeravond als je niet voortdurend bezig bent met morgen. Je kunt alleen geraakt worden door een gesprek als je niet ondertussen al drie stappen verder denkt. Je kunt alleen de geur van vers gemaaid gras ruiken als je even ophoudt met haasten. In dat opzicht is genieten geen oppervlakkige bezigheid. Het heeft zelfs iets geestelijks. Wanneer Jezus wijst naar de vogels in de lucht en de lelies op het veld, geeft hij geen les in zorgeloosheid. Hij zegt niet dat problemen niet bestaan. Hij nodigt mensen uit om dieper te kijken. Om te ontdekken dat het leven gedragen wordt door een werkelijkheid die groter is dan onze zorgen, of onze grote controledrang.

Genieten begint vaak klein. Koffie in de ochtendzon. Vogelgeluiden. Een wandeling door het bos. Een boek dat je raakt. Ik kijk al uit naar mijn perfecte zomeravond: onder de overkapping op de loungebank, een glas rode wijn, wat ‘te knabbelen’ (sommige gemeenteleden vinden het uitermate humoristisch als ik dat zeg: dus graag gedaan!), goed gezelschap en met fijne mensen praten over de diepere en minder zinnige dingen van het leven. Dat zijn geen spectaculaire gebeurtenissen, maar wel die momenten die ons herinneren aan wat werkelijk waarde heeft. Misschien herkennen we dat juist in de zomer. Als het tempo iets lager ligt.

Calvinisme is voor velen hard werken en later (of niet) genieten. De christelijke traditie heeft soms de reputatie dat zij vooral spreekt over plicht, verantwoordelijkheid en opoffering. Natuurlijk horen die woorden erbij. Maar ze zijn niet het hart van het evangelie. Dat is: genade. Het besef dat het leven ontvangen wordt en niet verdiend.  Wie alles moet bewijzen, vindt weinig rust. Daarom is genieten een bijzondere vorm van geloven. Niet omdat alles perfect is. Dat is het nooit. Ook deze zomer zullen er mensen zijn die ziek zijn, rouwen, eenzaam zijn of zich zorgen maken over de toekomst. Het leven blijft kwetsbaar. Maar juist in die kwetsbaarheid kan vreugde oplichten. Dat is misschien wel het geheim van open staan voor genieten: even ervaren dat het leven meer is dan zorgen, prestaties, meer dan onze angsten. Dat er onder alles een dragende werkelijkheid aanwezig is die wij God noemen.  En daarvoor hoef je niet ver te reizen.  De zomer nodigt ons uit om opnieuw te leren ontvangen. En misschien ontdekken we dan dat genieten niet het tegenovergestelde is van geloven. Misschien is het juist een van de mooiste vormen ervan.  

ds. Stijn van der Woude