Meditatie KerkZIN van oktober

Loofhuttenfeest:  40 jaar – in de woestijn?

“7 dagen moeten jullie in hutten wonen; opdat de toekomstige generaties zullen weten dat jullie in de woestijn 40 jaar in hutten hebben gewoond.” (Leviticus 23: 43)

Deze maand vierden onze Joodse zusters en broeders het Loofhuttenfeest; het feest van de menselijke afhankelijkheid, dankbaarheid en niet-vanzelfsprekendheid. Op zondag 5 september hebben de kinderen van de KND en de jongeren van de KIC buiten ook een loofhut gebouwd; u ziet het prachtige resultaat in wording. Nou ja, prachtig: dat is nu net niet de bedoeling, de buitenkant moet juist schots en scheef zijn. De binnenkant des te mooier: versierd met fruit en bloemen, tekeningen; met het mooiste servies, kristal en zilver.  

Loofhut door jongeren in de dienst van 5 september in de Martinuskerk

Hét feest, zo wordt het Loofhuttenfeest vaak genoemd.  Van oorsprong was het een oogstfeest, het feest van de overvloed aan vruchten, de druiven, vijgen, dadels en olijven;

van de dorsvloer en druivenpers, van brood en wijn. Jezus heeft het zelf altijd gevierd, vertelt Johannes, dit feest vol vreugde.

En anderzijds: zo’n week in een tentje, hutje, doet je je kwetsbaarheid en vergankelijkheid ervaren. Dat het niet vanzelfsprekend is dat er eten op tafel is en een dak boven je hoofd.

Het wil zeggen: als je in het beloofde land bent, volk van God, ga dan niet denken: ik bén er.

Leef dus jaarlijks een week als dat zwervende, onzekere volk in de woestijn, onder het broze dak van een hut, onder de sterrenhemel. Om de hitte van zon en de kou van de regen te verdragen.

Loofhutten – een ultiem symbool van geloven, lijkt me. Maar ook voor de 40 jaar waar ik nu op terugkijk, werkzaam in dienst van de Eeuwige. Nee, ik heb niet bepaald in hutjes gewoond. Maar iemand vroeg me: “40 jaar in het ambt – woestijn, zeker; en ben je dan nu op weg naar het beloofde land?” Welnee, integendeel. Dankzij dit prachtige ambt kijk ik dankbaar terug op een rijk leven, een beloofd land vloeiend van melk en honing. Vol bijzondere ontmoetingen met kostbare mensen die me hun levensverhaal toevertrouwden. Geen woestijn dus; wel tropenjaren, de laatste 15, en soms survival. Levend in een soort loofhut. Ik heb de hitte van de dag en de kou van de nacht ervaren. Soms was het donker en stormde en regende het. Maar altijd bleef de hemel te zien, het licht kwam zo maar binnen en God was nabij. De woestijn – die komt nog. Letterlijk, omdat ik straks na 40 vette jaren naar Israel zal gaan en de woestijn in zal trekken.

We gaan elk onze eigen wegen. In vertrouwen achter de Eeuwige aan, op weg naar de tent van zijn vrede, waar Hij bij ons zal wonen.

Lied uit Zangen van Zoeken en Zien:

Veertig jaren van een leven

zijn naar mensenmaat een tijd

om te leren en te delen

wat met moeite werd verkregen,

daardoor worden mensen vrij……

                                                                                                           Liesbeth Burger